Nadat de Noordpoort in 1625 naar het eind van het Maarland was verplaatst, is er in 1761 een verbeterde poort, de Waterpoort gebouwd. Deze poort gaf toegang tot de Veerweg en is in 1894 afgebroken. Aan de Maarlandse zijde zat een grote plaat met een Latijnse tekst. Deze tekst is door de loop van tijd en renovaties slecht te lezen.
De vertaling van de Latijnse tekst is;
‘k zag onlangs tegens dank, de koude beren aan,
en zijn gesteent ten doel der Noorder stormen staan.
Nu zie ik, omgekeerd naar ’t oosten Febus klimmen.
Zijn rossen vliegen wit en boven onze kimmen.
Den Briel, zo zeer vermaard, heeft mij aldus verplant.
Niet ver van daar ik stond,
doch in een beter stand.
Door mij klimt zeeman scheep
en landt weer in stads haven.
Die de afgesolde kiel kan voeden, spijzen, laven
Mijn ingezetenen een scherm en toeverlaat
steeds open voor de goê, gesloten voor het kwaad,
Vredelievende! treed toe
woon binnen mijne muren,
Oproerige! Sta af, hier kan uw hoop niet duren.
Aan de kant van het Hoofd stond het jaartal 1824 vermeld. In dat jaar heeft de poort een belangrijke restauratie ondergaan.
Toen de poort werd afgebroken is de steen in de kademuur van poortwachterhuis ingemetseld. Volgens de krant is bij het losmaken de steen gevallen en gebroken.
Geef een antwoord