Leve de vesting Brielle

Spelen op de Wallen in vroeger tijden…

Vele Briellenaren kennen het nog: wat kon je veel doen op de wallen toen je klein was!! De mooiste avonturen, de gekste belevenissen, de spannendste spelletjes, waarbij natuur (vroeger waren de wallen veel meer begroeid) en historie (doorgangen, gaten, stukjes vestingwerk) samen werkten om er de mooiste speelplekken van Brielle van te maken.

Niet iedere Briellenaar kent de wallen trouwens als een speelplek. De oudere bewoners hebben nooit de gelegenheid gehad om te spelen op de wallen, omdat deze afgezet waren (verboden; militair gebied) tot in de 50er jaren. Toch hebben ook toen verschillende kinderen wel eens stiekem een mogelijkheid gevonden om binnen te komen en tóch de avontuurlijke wallen te betreden.

Hieronder volgen de verhalen van Briellenaren uit hun jeugd:

Paul Deur:

Zelf ben ik opgegroeid in Brielle en de Wallen was een plek waar we regelmatig op ontdekkingstocht gingen. In die tijd nog een wildernis; lekker om van allerlei ontdekkingsspelen te ondernemen. Sommige dingen niet handig zoals vuurtje stoken of in bunkers kruipen die open waren; aan het eind van de Lange traat was een onderdoorgang in de Wallen waar je door kon kruipen.

In die tijd kon dat nog, tegenwoordig kan dat niet meer in verband met veiligheid, neem ik aan. Voor veel jeugd  een perfect gebied om te spelen en te ontdekken. Op later leeftijd werden de Wallen voor andere dingen gebruikt , de ontdekkingstocht naar volwassenheid.  Tegenwoordig zijn de Wallen opgeknapt, bunkers dichtgemetseld of er lopen er schapen op. Een mooie plek om een avondwandeling te maken, rondje Brielle. Ik geniet er elke keer weer van.

Anke Deeden – Eegdeman:

Ik heb hele mooie herinneringen aan de wallen.  Als klein kind hutten bouwen en springen op takken die van omgevallen bomen in het water lagen. Regelmatig ging dat fout en kwam je weer met natte kleding thuis.
Later mijn eerste kus gekregen op de wallen…….
Nu een heerlijk wandelgebied waar ik meerdere malen per dag dagelijks loop met mijn hondje.

Jolanda Walbroek (familie Kinkel, Stolk):

De Wallen, ach ja, de wallen, we woonden er kort bij en dus ook binnen de Wallen. Mijn eerste rondje wallen was in de kinderwagen, ik zie mijn mam en paps nog voor me, stevig doorstappend al onzin kletsend tegen mij!   Dat deden ze regelmatig, ook met andere familieleden werd dat rondje wallen gedaan, al spelend en klimmend deden wij die “wandeling.”
De wallen waren een deel van ons leven of andersom, we speelden daar ook met klasgenoten en waren daar een soort van thuis. Het was een heerlijke, ontspannen tijd, zeker op die manier daar. Het was eind vijftig, begin jaren zestig.

foto 1foto 2OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ook de kinderspelen (oranjespelen) werden op de Wallen gehouden, achter de L.T.S. op die grote open plek. Daar beneden, onderin deden wij zaklopen, blikjes omgooien, er was meestal een grabbelton en allerlei andere spelletjes. De wallen zelf waren de tribunes, daar zaten vaders en moeders en andere familieleden te kijken, was best bijzonder.

Een eindje verder heb je het Oranjeplein, daar stonden toen nog de (barakken) noodwoningen en het (nood) badhuis. Dat werd op zaterdag nog best druk gebruikt herinner ik mij, dan liepen daar mensen met badspullen of zo, denk ik. Een beetje het gevoel van een camping of zoiets, het had iets gezelligs, voor mij in elk geval!

Zelf woon ik niet meer in Brielle maar in Hellevoetsluis, ook tegenover de wallen, maar de Brielse Walletjes zijn mij op een of andere manier toch zeer dierbaar, en zo is het!
Groeten van jolanda Walbroek-kinkel.

spelen op de wallen -leve de vesting brielle

Piet van Driel:

Ik groeide op bij mijn grootouders in “Het Baantje” in Brielle. Het heet tegenwoordig  “De Witte de Witstraat” . In mijn tijd stond er 1 huis en dat was van mijn grootouders. ( Het staat er nog en is helemaal  verbouwd) (Mijn ouders voeren op het schip “De Morgenster” met thuishaven Brielle.) De tweede wereldoorlog was uitgebroken.
De achtertuin met een sloot er tussen grensden aan de Wallen. Met de kinderen uit de buurt speelden we op de wallen. Ik herinner me nog achternamen. Bijvoorbeeld, Bijl, Edelman, Tuk. Maar met mijn schoolvriend Piet Eisenga speelde ik het meest. We maakten boomhutten en speelden indiaantje. Ons speelterrein was ongeveer vanaf het huidige monument richting Langepoort. We mochten niet altijd spelen op de wallen want het was oorlog en de Duitsers stuurde je soms weg en ook van je ouders mocht je niet op de wallen komen maar je deed het stiekem wel. Soms hadden de Duitsers een goede zin. Er werden door hen loopgraven gegraven waar nu het monument is richting wallen en als ze weer vertrokken waren gingen we kluiten gooien naar elkaar met de grond die vrij gekomen was met het graven. De Bastions waren in mijn tijd vrijwel allemaal dicht. Een enkele keer kreeg je de kans om naar binnen te gluren. Na de oorlog toen ik al voor volwassen door kon gaan herinner ik me dat er stukken muur! zichtbaar waren ook met een soort bogen. Ik denk dat het de oude stadsmuur zou kunnen zijn die gedeeltelijk zichtbaar kwam.

Reactie webmaster: “Beste Piet, dit verhaal over een oude stadsmuur heb ik inderdaad eerder gehoord.  Op de pagina ‘Begraven onder de Wallen’ kunt u daar meer over lezen.

 

Thijs Kranendonk:

Ik ben geboren en getogen aan de Veerweg vlak bij het Brielse Veer naar Rozenburg.
Menige winteravond onder de lamp gevist op spiering wat onder het lamplicht prima ging en de volgende dag werden ze dan door Pa gebakken werkelijk een delicatesse. In gedachten smul ik er nog steeds van. Zo ook in de zomer aan de Brielse Maas op bot en alles wat maar wilde bijten.
Tevens hadden wij een katapultclub en werd er op de wallen menig gevecht geleverd tegen de club “De snorrende pijl” die met pijl en boog de tegenstander was.  Dat was een bijzondere leuke tijd die ik ook met mijn kleinzoons heb gedeeld.  Ik heb met mijn schoolvrienden menig uurtje doorgebracht en heel veel plezier gehad. Het zijn prima herinneringen die helaas voorbij zijn.

Joke van Driel:

Ik herinner me nog het schoolzwemmen . Na de oorlog ben ik opnieuw naar de Christelijke Mulo in de Schoolstraat gegaan vanuit Oostvoorne waar ik woonde. De oorlog kwam er tussen en het was te gevaarlijk geworden om op de fiets naar Brielle te gaan. Met de klas gingen we dan in optocht naar het zwembad.
Poortje door en dan was je bij de badhokjes. We hadden toen echt niet een moderne bikini aan maar een zwempak dat geen aanstoot gaf. Misschien dat de jongens het wel zo ervaarden maar je was in die tijd niets van dat alles gewend. Een leerling had een te groot zwempak aan en haar borsten en de beharing ( wat tegenwoordig geschoren wordt) puilde naar buiten. De jongens lagen in een deuk. Onze franse leraar had maar één been en als hij in zwembroek tevoorschijn kwam uit het badhokje dan griezelde ik. Soms als hij vlak bij je in het water was dan kwam dat stompie tegen je aan. Het was een schat van een man en hij woonde in de Koopmanstraat. Veel Brielse leerlingen hebben den Briel verlaten maar ik herinner nog de namen. Heb nog steeds contact met 2 oud leerlingen. Ik spreek hier over het jaar 1946.

Willy de Bruin – Bazen

Op 1 april 1960 zette ik mijn eerste voet op Brielse bodem.
Wij kwamen uit Vlissingen en gingen wonen in de Witte de Withstraat. Manus Heijmans, die een van onze buurmannen werd,  heeft ons verhuisd. Wij kwamen te wonen naast Frans Verhoef. Mijn broer Jan en ik stapten uit de verhuiswagen en wij mochten na een lange rit even de buurt verkennen. Samen liepen wij naar het hek van de wallen ter hoogte van het kruithuis. Toen lagen de wallen voor ons en vol verwondering zei ik ” oh, Jan hier kunnen wij lekker spelen. Hier is mijn liefde voor Brielle begonnen. We hebben veel gespeeld op de wallen. Ik weet ook nog dat o.a. Frans Verhoef een ” onderaardse gang” ontdekt had. We vonden dat allemaal reuze spannend, of het ook echt een onderaardse gang was weet ik niet, wel is deze opgraving afgesloten door de gemeente omdat het gevaarlijk was om daar te spelen.
Ook weet ik dat we vaak zuring aten dat op de wallen groeide. Dat stond gewoon tussen de schapenkeutels
Wij hebben anderhalf jaar in de Witte de Withstraat gewoond voor wij naar de Voorstraat verhuisde. Toen werd ook het Asylplein onze speelplek. Maar een belangrijk deel van mijn leven speelt zich nog steeds op de wallen af. Wandelen met mijn grote liefde, wandelen met mijn kinderen, wandelen met mijn kleinkinderen, wandelen met mijn hondjes, het gebeurt allemaal op de wallen.

Rens van Adrighem:

Een groot deel van mijn jeugd heb ik doorgebracht met het spelen met de buurtbewonertjes uit de Witte de With- en Dijkstraat; Bert, John en Josje Bels, Lex (Gofy) Overbeeke, Gerrit Tuk, Adrie en Jos Passenier, Jack Lobs, Frans Verhoef, Aad van ‘t Hof, Leo van Santen, Ria en Conny Vermeulen, Pia en Els van Bodegom, Willy, Ria, Suze van den Blink, Adrie en Bas Witte. Ons speelterrein was buiten de Witte de With-en Dijkstraat, de stadsschuur, de bunkers aan het einde van de Dijkstraat en bovenal de wallen. Dat was in alle opzichten echt een Eldorado. Op de wallen achter de Witte de Withstraat stonden hoge populieren. Om op de wallen te komen moest je over de sloot springen die achter de huizen langs liep. Langs de sloot stonden op de wallen heel oude knotwilgen. Aan de kant van de vest stonden vooral meidoorns tegen de wallen aan. Daar kon je bijna niet zonder kleerscheuren tussendoor komen. Onderlangs de vest was een smal pad met veelal hoge bomen die soms over het water staken. bouwden we nogal eens hutten in de bomen op een hoogte van een meter of vier. Hout en spijkers daarvoor vonden we bij de nieuwbouw in de straat. Bij de groenteboer kon je sinaasappelkisten bemachtigen, waar we de wanden mee betimmerden. We bouwden hutten van wel een meter bij anderhalf tot twee meter, met een dak van oud-Hollandse dakpannen die we op het terrein van de stadsschuur pikten. Die hutten kon je vooral zomers bijna niet zien, dus hadden we altijd ‘geheime’ plekken waar we speelden. Op het ravelijn van Bastion IX liepen altijd de schapen met schaapherder Hannes. Die had altijd een pruim of shagje in zijn mondhoek, en zat vaak de stront van de kont van de schapen af te halen. De wallen lagen vol met schapen keutels, die we schapen dropjes noemden. Die deden we wel eens in een papieren puntzakje, en lieten de wat kleine kinderen wel eens proeven. ‘Hier,… neem een lekker droppie.’ Bij Hannes kwam ook vaak de oude meneer Romein, de opa van Jan Romein van de zevenhuizen. Die hadden het leger gezeten en gaf daar les in schermen. Wij maakten als kinderen zwaarden van een paar latten en de vriendelijke oud-militair ging ons dan leren schermen. Er waren daar ook schuttersputten uit de Tweede Wereldoorlog en wij speelden dan vaak soldaatje. Ik had een oude helm en een pukkel, (een militaire tas). Van een stuk pijp en een gordijnroede had ik een ‘Stangun’, (een automatisch geweer) gemaakt.  [Rens van Adrighem heeft nog veel meer mooie en grappige verhalen over Spelen op de Wallen. Deze kunt u hier lezen.]

Wie heeft er nog een bijdrage of/ en foto’s? Stuur deze dan naar webmaster @kunstencultuurbrielle.nl of geef uw reactie hieronder.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


Thijs Kranendonk
6-29-2013 17:07:04

Ik ben geboren en getogen aan de Veerweg vlak bij het Brielse Veer naar Rozenburg. Menige winteravond onder de lamp gevist op spiering wat onder het lamplicht prima ging en de volgende dag werden ze dan door Pa gebakken werkelijk een delicatesse. In gedachten smul ik er nog steeds van. Zo ook in de zomer aan de Brielse Maas op bot en alles wat maar wilde bijten. Tevens hadden wij een katapultclub en werd er op de wallen menig gevecht geleverd tegen de club "De snorrende pijl die met pijl en boog de tegenstander was. Dat was een bijzondere leuke tijd die ik ook met mijn kleinzoons heb gedeeld. Ik heb met mijn schoolvrienden menig uurtje doorgebracht en heel veel plezier gehad.et zijn prima herinneringen die helaas voorbij zijn.


Lex Kraaijeveld
5-21-2014 12:35:27

Hierbij nog aanvulling op bovenstaande. Jullie overburen, naast Knapen. Dick Kraaijeveld (overleden), Lex Kraaijeveld, Rob Kraaijeveld, Els Kraaijeveld. Opa Oma Jansson woonde ook in de straat in het vrijstaande witte huis. Tante Adrie Smit woonde aan het einde in de straat. Opa en Oma Kraaijeveld woonde in de Nieuwstraat. Juffrouw Smit (van Cok Smit) was mijn juffrouw op school. Ik was bevriend met Bassie Witte (zat ook bij mij in de klas), en vroeger met Dicky Hoogeboom (vroeg overleden) Wij kwamen bij Moerland, Nelleke Hagendijk, Ome Jan Edeleman (dijkstraat), Peter Paulussen, Wij (Opa Kraaijeveld en Pa)hadden het land net buiten de Briel op het ravelijn met haven veestapel boomgaard etc. Bovenstaande verhaal is ook op ons van toepassing. Ik wist niet van deze site af, dus ga ik er op letten. Ik ga nog kijken voor foto,s en terug bij jullie. Groet, Lex Kraaijeveld