Leve de vesting Brielle

Bomen of gras op de brielse wallen?

Door een stadsgids

gras op de wallenDe geschiedenis van de vesting Brielle begint in 1338 toen Brielle van Dirk van Voorne het recht ontving om zichzelf te verdedigen. In het charter staat dat Dirk van Voorne “ aan den goeden luden van den Briele ghewaert da si huur stede vesten mogen en hem zelven bewaeren te behoudene haer stede, haer lijf ende huer goed alsoo als hem oerbaerlic dinke”.

Door het stadsbestuur werd op grond hiervan eeuwenlang een onbepaald eigendomsrecht op de wallen en vesten opgeeist. Dit betekende, dat de stad het genot van beplantingen en van het grasgewas van de wallen en de bolwerken had, evenals van de visserij in de grachten.

Eerst in 1678 schijnt dat recht van de stad in twijfel te zijn getrokken. De vestingwerken stonden toen onder toezicht van de Staten van Holland, die betaalden voor het onderhoud.
Op 30 maart 1678 werd door de commandant van de vesting onder andere aanspraak gemaakt op het recht tot het snijden van gras op de wallen, ten behoeve van zijn paarden en tot het vissen in de gracht. Dat heeft toen tot uitvoerige beraadslagingen en memorien aanleiding gegeven.

Bij de verlegging van de vesting na 1702 is bij herhaling aangedrongen dat het recht op het grasgewas op de wallen aan de stad zou blijven. Uiteindelijk is bij contract van 25 November 1733 bepaald, dat de stad het genot van het grasgewas aan de binnenzijde der wallen zou hebben van het banket tot het maaiveld, welk gras wel gemaaid maar niet beweid mocht worden, terwijl de verdere bezorging van de wal met bomen, die daar toen stonden, zou blijven ter beschikking van de Gecommitteerde Raden (die door de Staten van Holland belast waren met het gewone onderhoud).
In 1756 werd een voorstel aangenomen tot afkoop van het genot van het grasgewas voor f 250,- per jaar.
Ten tijde van de inlijving van het Koninkrijk Holland bij het Franse keizerrijk (1795-1813), is deze jaarlijkse bijdrage afgekocht. Hiervoor is de som van 10.000 francs aan de stad betaald.

In 1975 zijn de wallen en vesten gerestaureerd, waarbij de toestand van 1713 als uitgangspunt diende. Het is de taak van de gemeente om dit wallencomplex te onderhouden. Brielle heeft weer het genot van het grasgewas. Deze grasmat vraagt extra aandacht. Het dient geen gladgeschoren gazon te zijn. Gestart is met een aangekocht mengsel graszaad, dat is vermengd met graszaad dat werd gewonnen op een dijk in de omgeving. De op een dijk thuishorende grassoorten (bijv. Goudhaver en frans raaigras) zijn daarin aanwezig. Verder is zaad gewonnen van kruiden die langs dijken groeien, wat ter plaatse werd uitgezaaid. De wal wordt zodanig gemaaid, dat het gras de gelegenheid krijgt om zich te ontwikkelen.

De voet van wallen en bastions werd van oudsher met scherpgepunte palissaden of dichte doornstruiken beplant, om beklimming te voorkomen.
Bij de restauratie werden in Brielle opnieuw meidoornhagen aangeplant.

Rietkragen passen niet bij een vestingwal. De aanwezige rietzomen waren niet echter niet alleen fraai, maar bieden bovendien broed- en schuilgelegenheid aan verscheidene riet- en watervogels en ze herbergen bijzondere planten. Er is zorgvuldig nagegaan waar het mogelijk en wenselijk was om het riet te sparen zonder al te veel in conflict te komen met andere belangen, zoals die van de sportvisserij.

Beplanting van wallen en bastions was in het verleden om verscheidene redenen belangrijk:schapen op de wallen
- de wortels van bomen verstevigden de wallichamen, zodat verzakken of afspoelen van grond door zware regen werd tegengegaan;
- bomen camoufleerden geschutopstellingen en gedurende gevechten bleef rook tussen de bomen hangen en vormde een rookgordijn;
- hout kon dienen voor het dichten van bressen en het maken van een afsnijding ‘ retranchement’ en vanzelfsprekend als brandhout enz.;
- in vredestijd waren de wallen met bomen en grachten een geliefd wandelgebied voor de bevolking.
Bomen mochten niet worden geplaatst daar waar ze uitzicht of verkeer belemmerden, dus niet op buitentaluds.

In 1969 werd het plan tot restauratie van de vestingwerken in de gemeenteraad ter tafel gebracht. Onder de bevolking ontstond onrust, omdat men meende dat de wallen van alle beplanting zou worden ontdaan en dat er geen beplanting meer zou komen. Een bomen comité werd opgericht. Hoewel het nooit in de bedoeling geeft gelegen de wallen onbeplant te laten, immers ook toen de wallen een zuiver militaire functie hadden werden er volop bomen geplant, was de argwaan niet geheel onbegrijpelijk. Een voorlopig onderzoek, samen met Staatsbosbeheer, wees op de wenselijkheid alle bestaande bomen ( vnl. Populieren) vanwege hun gezondheidstoestand en leeftijd te vervangen door een nieuwe beplanting. Dit zou dan wel in fasen gebeuren. Tot recente datum is men hiermee bezig geweest.

Bronnen: “ De vesting Brielle” door W. de Jong,
“ De vestingbouw van stap tot stap” door C.D. Lepage.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *